entiteiten verwijderen vervolg

Een verslag van een sjamanistische healing

De sprookjes zijn ontstaan tijdens sjamanistische healingen. Mensen komen bij mij met psychische klachten. Ze horen stemmen of hebben nachtmerries. Soms hebben ze het gevoel dat er iets bedreigends bij hen in de buurt is. Ook komt het voor dat ze altijd moe zijn, zonder dat de arts er een fysieke oorzaak voor kan vinden.

  Tijdens een sjamanistisch ritueel brengen mijn gidsen de entiteit, naar het Licht. Dit gebeurt elke keer op een andere wijze. Soms moet de entiteit allerlei beproevingen ondergaan. Soms gaat het op een ludieke, liefdevolle manier. Mijn story tellers vertellen, spelend met de taal, op lyrische of humoristische wijze de sprookjes. Ze maken daarbij gebruik van alliteratie of rijm, woordspelingen en liedjes.

Hoe J haar healing ervaarde.

Toen Alexandra me vertelde dat ik een negatieve energie, een entiteit bij me had, wist ik dat dit waar was.  Ik had het eigenlijk altijd al geweten.  In mijn periode van leegte, die ontstond na de verwijdering van de negatieve entiteit, wilde angst die leegte maar al te graag opvullen.  Angst, stel dat het terugkomt.  Maar dan herinner ik me een citaat uit ‘mijn sprookje’.  De slang werd getransformeerd tot een lichtwezen.  Het kon dus niet meer terugkomen.  Ik bleef me hieraan vasthouden.  Gevolg was dat ik nu op een andere positieve manier met mijn nieuwe ruimte om kon gaan.  Dat doen de sprookjes van een storyteller: ze raken, soms onbewust, een snaar; leggen een zaadje diep in de ziel. Op het moment dat we raad of hulp nodig hebben, kan zo'n zaadje plotseling naar boven komen.

Het verhaal van de gifmenger heeft Alexandra doorgekregen toen ik bij haar was.

      De gifmenger en zijn droomvrouw

De entiteit lijkt op een gifslang. Parel, de engel draagt een andere slang die schittert als een ster.  ‘Wat is hij mooi!’  ‘Ja’, nog sterker , dit is jouw hogere zelf. Nu ben je nog in je ego-gifslangenhuid.’   ‘Ik heb al zo vaak mijn vel afgestoten. De huid eronder ziet er net zo uit.’    ‘Dat klopt, je moet eerst iets moeilijks doen.’    De nieuwsgierigheid van de gifslang is gewekt: ‘Wat dan?’  ‘Je moet naar de gifmenger. Hij heeft 'het gifmengersboek'.  Ik heb hier 'het giftmengersboek'. Je moet de boeken verwisselen. Dat is niet eenvoudig. Als de gifmenger het merkt, verandert hij je in steen.’  Hij wil zich niet laten kennen en zegt: ‘Breng me er maar heen.’  Na een paar uur komen bij een bos.  Het is nacht.  Slechts de sikkel van de maan staat aan de hemel.  ‘Hier woont hij. Ik breng je tot zijn huis.’  De muren zijn gemaakt van los op elkaar gestapelde stenen. Het dak is van riet.  ‘Ik wacht buiten het bos’, fluistert Parel, ‘wees voorzichtig, de gifmenger is gevaarlijk!’  Zachtjes kruipt de slang naar het raam en kijkt naar binnen.  De gifmenger is een grote man met zwarte krullen tot op zijn schouders.  Alles is even grof aan hem.  Zijn gezicht heeft iets aapachtigs. Achter hem staan op een plank allerlei flesjes.  In sommige zit een vloeistof, andere zijn gevuld met een poeder. Er zijn ook ronde en vierkante doosjes.  Rechts in de hoek ziet de gifslang versteende  mensen. Daar wil ik niet terechtkomen, denkt hij.  Midden in de kamer staat een bak met gloeiende kolen. De man zet een grote pan op het vuur en giet er een paar emmers water in.  Als het water kookt, pakt hij het gifmengersboek en bladert er in.  Nogal wild neemt hij een fles, giet een scheutje in de pan en een paar druppels uit een groen flesje.  Hij gooit er een handvol gedroogde wortels in, grauwe bladeren, een schepje bruin poeder en twee paarse pillen.  Daarna roert hij met een ijzeren staaf in de gifdrank en murmelt zijn gifmengers-toverspreuk:

     ‘Tears and tragic               

      My own black magic                          

     Come out, come out                          

     Become a cloud.                                 

     Off you go                                         

     While I blow oeoeoeoeoeofffffff      

     Go to the town                                  

     And rain down                                               

     Bring in the hearts                             

      Hate, black magic fate. ‘                   

‘Ha ha ha’, klinkt zijn bulderende lach en hij slaat zich op zijn knieën.    Een zwarte wolk stijgt op uit de pan. Hij blaast hem naar de stad en daar daalt hij in de harten van mensen. Ze worden er haatdragend door, snel geïrriteerd, en zoeken ruzie met elkaar.   Zo blaast hij de ene na de andere zwarte wolk naar de stad. Tegen de morgen is de gifdrank op en gaat hij slapen. Maar één ding kan hij niet maken. Een vrouw, en daar verlangt hij juist zo naar. Hij kan er alleen van dromen.  Zodra hij slaapt komt zijn droomvrouw. Ze is enigszins transparant, heeft dikke heupen en ronde billen, een buik die wiebelt en een grote boezem. Ze komt bij hem, maar niet te dichtbij. Ze danst en draait en laat uitdagend haar vrouwelijk schoon zien. Als ze de slang ziet, komt ze naar buiten.  ‘Wat wil je van mij?’  ‘Ik wil iets ruilen. Als jij iets voor mij doet, zal ik iets doen voor jou.’  Hij bidt stilletjes: Oh, Parel help me alsjeblieft.  ‘Wil je het gifmengersboek verruilen voor dit giftmengersboek?’  ‘Natuurlijk.’  ‘Dat is fijn. Wat kan ik voor jou doen?’  Ze antwoordt zachtjes: ‘Ik wil zo graag een echte vrouw worden.’  Hij schrikt ervan. Maar dan zegt hij: ‘Dat beloof ik.’
Hij vertrouwt er maar op dat Parel haar wens kan vervullen.  Ze pakt het giftmengersboek uit zijn bek. Dansend, wiegend en heupen draaiend, met het boek op haar rug, nadert ze het tafeltje met het gifmengersboek. Omdat ze zo beweegt, heeft hij niet in de gaten dat ze iets in haar handen heeft. Terwijl ze hem verleidelijk aankijkt, verwisselt ze de boeken. Langzaam loopt ze achteruit terwijl ze hem toelacht. Bij het raam duwt ze de gifslang het boek in de opengesperde bek. De rest van de dag zal ze dansen en bewegen zoals van haar verwacht wordt.

 Hij kruipt met het gifmengersboek tussen zijn tanden het bos uit en geeft het aan Parel.  ‘Dat heb je netjes gedaan!’  ‘Ik-kik-kik heb haar wat beloofd,’ stottert hij zenuwachtig.  ‘Ik weet het,’ antwoordt Parel glimlachend. ‘We gaan kijken wat er gebeurt bij de gifmenger.’  Ze lopen weer naar zijn huis. Het is al avond. De man zet de pan op het vuur en gooit er een paar emmers water in. Dan pakt hij het giftmengersboek en slaat het open. Hij loopt naar de plank met flesjes en doosjes.   De slang kijkt verschrikt naar Parel en fluistert: ‘Dit zijn dezelfde flesjes, daar zit gif in!’  ‘Nee,’ antwoordt de engel geruststellend: ‘Er zitten nu andere ingrediënten in. In het recept staat: een scheut sterrenlicht, een paar druppels morgendauw, wat harmonie en een beetje maanlicht.’  De gifmenger verandert.  Er staat nu een slanke man met een vriendelijk gezicht. Tot verbazing van de slang, pakt hij niet de ijzeren pook, maar een gouden staaf. Ook die heeft Parel omgewisseld. Langzaam draait hij de staaf rond en zegt zachtjes:

      ‘Love and laughter            

      Now and hereafter                         

      Come out, come out      

      Become a cloud.            

      Rain  down,                                        

      In the town                                         

      Bring in the hearts                              

      Light that is bright                              

      Wisdom and love                               

      From above.’                                      

Een witte wolk drijft naar de stad en en daalt daar neer in de harten van mensen. Hoe meer witte wolken hij maakt, hoe meer hijzelf verandert.  ‘Hij is geen gifmenger meer, hij is een giftmenger,’ zegt Parel.   Tegen de morgen is de drank op.  ‘Let op!’ zegt Parel.  Nieuwsgierig kijkt de slang toe.  Net voor de man wil gaan slapen, wordt er op de deur geklopt.  Hij doet verwonderd de deur open. Buiten staat een vrouw, maar ze lijkt niet op zijn droomvrouw. Ze heeft een blauwe jurk tot op haar enkels en haar ogen stralen.    ‘Je hebt me geroepen?’  Hij weet niet wat hij moet zeggen en doet de deur wijd open. Ze loopt naar binnen en reddert wat in het huis alsof ze er al jaren woont. Dan pakt ze zijn hand. Samen lopen ze naar buiten en kijken naar de zonsopgang. Een rode bol verschijnt boven de horizon.  ‘Het is zo gewoon’, zegt hij tegen haar,’zo vanzelfsprekend, alsof je er altijd geweest bent.’  Glimlachend kijken ze elkaar aan.

Parel en de slang gaan het bos uit. Zijn ego-gifslangehuid valt van hem af. Eronder zit een prachtige slangenhuid van sterrenlicht. Parel neemt hem mee naar boven. Hoe hoger ze komen, hoe meer engelen ze zien met sterrenlichtslangen. De slangen versmelten tot één grote slang. Parel en de andere engelen rollen hem op tot hij rond is en dan verandert hij in een bol van sterrenlicht. Als ze hem los laten, zweeft de bol nog veel meer omhoog.

 ‘Kijk, zegt ze. ‘Het wordt al licht, maar één ster schijnt nog heel helder.’.

Dit sprookje is gepubliceerd in de Para Visie in het augustus nummer van 2016.